• Geplaatst op: december 12, 2025

Praktijkresultaten tonen een positief effect op het aantal etende biggen

Spenen is een erg stressvol moment voor jonge biggen: geen zeugenmelk meer, een nieuwe omgeving, nieuwe hokgenoten en enkel nog droogvoer ter beschikking om te eten. Niet elke speenbig is klaar voor deze grote stap. De tijdelijke vastenperiode of een lage voederopname bij de pasgespeende biggen heeft een negatieve impact op dierprestaties en op darmgezondheid. Om biggen zo goed mogelijk voor te bereiden op spenen, moeten ze reeds vooraf, dus in de kraamstal, al geleerd hebben om droogvoer op te nemen. Hoewel in de praktijk droogvoer al vaak wordt aangeboden in de kraamstal, zien we echter dat de opname ervan erg teleurstellend kan zijn. Voornamelijk wanneer biggen reeds op een jonge leeftijd gespeend worden, zullen velen nog niet gestart zijn met het opnemen van droogvoer. Melkvervangers aanbieden in de kraamstal kan gelukkig de opname van (droog-)voer door biggen stimuleren, zelfs reeds op jonge leeftijd. Omdat melkvervangers meer gelijkend zijn op zeugenmelk, vormen ze een eerste stap voor de big in het verkennen van andere voedingsbronnen. Vooral automatische systemen zoals Piglait’s Cup Systeem, waarbij er continu toegang is tot vers bereide melk, bieden een optimale manier om jonge dieren te stimuleren tot opname van voer. Nadat de biggen ervaren worden in het drinken van melk uit een cup, is de volgende stap naar het verder verkennen van droogvoer veel makkelijker.

Het effect van Piglait melkvervangers via het geautomatiseerde Cup Systeem op het aantal etende biggen

Tijdens een recente praktijkproef in de kraamstal van een zeugenbedrijf met TN70 genetica, werd een vergelijking gedaan tussen controle biggen die geen melkvervangers kregen en biggen die Piglait Blue en Piglait Green, melkvervangers uit het gamma van de Robust Litter Line, aangeboden kregen via Piglait’s geautomatiseerde Cup Systeem. Beide groepen biggen werden dagelijks voorzien van droogvoer, vanaf een leeftijd van 6 dagen tot spenen (op een gemiddelde leeftijd van 21 dagen). Per toom werd de gegeven hoeveelheid droogvoer genoteerd. In totaal werden tijdens de proef 800 biggen (TN70xTempo) opgevolgd van 59 zeugen: 396 biggen in de controle groep en 404 biggen met Piglait melkvervangers. Al deze biggen werden individueel gewogen op een leeftijd van 4 dagen en bij spenen. Ook werd er tijdens de weging bij spenen een rectale swab genomen om te bepalen of een big reeds droogvoer opgenomen had of niet. Wanneer de rectale swab sporen vertoonde van lichte tot donkere mest waarin grovere of vezelige partikels aanwezig zijn, werd een big als eter geclassificeerd. Bij swabs met gelige mest zonder aanwezige partikels, werd de big als niet-eter ingedeeld. Voor sommige swabs was het moeilijk een onderscheid te bepalen, bijvoorbeeld omdat er bijna geen mest op aanwezig was. In dit geval werden de biggen beschouwd als ‘onbeslist’.

Afbeelding 2: Voederschema tijdens de proef. Alle biggen, inclusief controle, kregen zeugenmelk en droogvoer beschikbaar. Biggen uit de behandelgroep werden voorzien van Piglait melkvervanger via het geautomatiseerde Cup Systeem.

Resultaten van de praktijkproef

In de controlegroep werden bij spenen rond 21 dagen, 50,5% van de biggen geïdentificeerd als eters en 20,5% van de biggen als niet-eters. Voor de biggen in de kraamstal met toegang tot het Piglait Cup Systeem waren 67,3% eters, terwijl er slechts 6,4% biggen als niet-eters geclassificeerd werden. Deze duidelijk significante verschillen tonen aan dat het aanbieden van Piglait Blue en Piglait Green melkvervangers via het Cup Systeem de individuele biggen aanmoedigt om voeder op te nemen. Het blijkt dus mogelijk, zelfs bij het spenen op jonge leeftijd, om het aantal niet-eters te beperken en ervoor te zorgen dat bijna alle biggen bij spenen reeds geleerd hebben voeder op te nemen.

De hoeveelheid droogvoer dat per toom werd gegeven, was ook hoger in de groep biggen die Piglait kregen, met een gemiddelde van 152 gram per big, vergeleken met 119 gram voor de controle groep. Deze extra hoeveelheid droogvoer is aanvullend op de opname van de melkvervanger zelf, welke ook al een gemiddelde droge stof opname van 206 gram per big leverde.

Als we de individuele speengewichten bekijken, blijkt de hogere voederopname ook te zorgen voor een betere prestatie van de biggen voor spenen. Controlebiggen hadden een gemiddeld speengewicht van 5,37 kg, terwijl biggen uit de Piglait-groep een gemiddeld gewicht van 6,25 kg hadden bij spenen.

Afbeelding 3: Verdeling van biggen als eter of niet-eter, beoordeeld via rectale swab methode bij spenen.

De voordelen van melkvervangers voor biggen

Voor een vlotte start na spenen, moeten biggen al getraind zijn om droogvoer op te nemen tijdens de kraamstalperiode. Biggen die al droogvoer eten zullen niet enkel sneller na spenen opnieuw starten met opnemen van voeder, ook zal hun maagdarmstelsel al beter ontwikkeld zijn om dit speenvoer te verteren. Dit zorgt voor een lagere incidentie van speenproblemen zoals diarree.

Het aanbieden van Piglait melkvervangers verhoogt de hoeveelheid opgenomen droogvoer en de totale droogvoeropname (melkvervanger inbegrepen) voor het spenen. Belangrijk is ook dat deze hogere voederopname effectief gepaard gaat met een groter aantal etende biggen. Meer eters voor spenen betekent een soepelere overgang met sterkere en goed opstartende speenbiggen. Ook zorgt een hoger speengewicht dankzij Piglait melkvervangers ervoor dat biggen meer robuust zijn en beter voorbereid op de stressfactoren tijdens het spenen.

Delen

Lees meer gerelateerde posts