
Biggen leren eten zorgt voor een vlottere overgang bij spenen
Tijdens het spenen krijgen biggen te maken met een heleboel stressfactoren. Nadat ze gescheiden werden van de zeug, worden de speenbiggen overgebracht naar de biggenafdeling en hier samen met nieuwe hokgenoten gehuisvest. Bovendien krijgen ze vanaf dan enkel nog droogvoer om te overleven en te voldoen aan alle levensnoodzakelijke nutritionele behoeften. Door de stress zal bovendien de eetlust afnemen en kan de spontane voederopname sterk verminderen. Veel speenbiggen zullen als gevolg hiervan kampen met een tijdelijke anorexie: een vastenperiode van enkele uren tot zelfs dagen waarin biggen geen voedsel opnemen. Wanneer de pasgespeende biggen dan toch starten met eten, is de voederopname vaak erg variabel. Sommige biggen beginnen met kleine hapjes en starten erg traag op, terwijl andere biggen de neiging hebben net heel erg veel te eten, mogelijk met maag-darmproblemen en diarree tot gevolg. Bij een lage voederopname ontstaat er een onderbreking in de aanvoer van energie en nutriënten in het lichaam van de big. Dit tekort heeft een negatieve invloed op de (darm)gezondheid, groei en prestaties van biggen en kan zelfs tot verhoogde sterfte leiden. Niet enkel is er een impact op de resultaten in de biggenbatterij, de lange termijn effecten kunnen aanhouden tot aan slachtleeftijd.
Het belang van leren eten voor het spenen
Voor een vlotte overgang bij spenen is het essentieel biggen reeds in de kraamstal aanvullend voer aan te bieden naast de melk die ze bij de zeug krijgen. In de eerste plaats kan de extra bron van energie en voedingsstoffen ervoor zorgen dat de groei van de biggen voor het spenen reeds toeneemt. Bovendien moeten jonge dieren getraind worden in het zoeken naar en het opnemen van vast voedsel. Voor een vlot speenproces is het noodzakelijk dat een big al kennis maakte met andere voedingsbronnen en niet enkel melk uit de zeugenuier kent. Biggen kunnen best reeds in de kraamstal aangemoedigd worden om zelf actief op zoek te gaan naar voedsel. Als ze leren eten vóór het spenen, vermijden we de uren- tot zelfs dagenlange onderbreking in voederopname op het moment van spenen en alle negatieve gevolgen hiervan. Een big van 6kg moet ongeveer 200 gram voeder per dag opnemen, alleen al om aan zijn onderhoudsbehoefte te voldoen. Het is dus duidelijk dat stimuleren van de voederopname cruciaal is.
Een derde voordeel van aanvullend voeder aanbieden aan biggen voor spenen, is dat op deze manier hun maagdarmstelsel reeds kan kennis maken met nieuwe plantaardige ingrediënten uit vast voer. Een vroege opname van een deel plantaardige voedingsbronnen zal de darmen helpen ontwikkelen en de vertering van deze grondstoffen bevorderen. Deze voorbereiding helpt in de preventie van gastro-intestinale problemen zoals speendiarree.
Deze opsomming van verschillende redenen maakt het duidelijk: we moeten er naar streven om op het einde van de kraamstalperiode zo veel mogelijk biggen te hebben die reeds vast voer opnemen (=eters). Eters zullen sterkere biggen zijn, die weerbaarder zijn tegenover de stress rondom het spenen. Ze zullen sneller na spenen beginnen met opname van voer en minder last hebben van terugval. Bovendien zullen een groot aantal eters in een hok ook de niet-eters aanzetten om sneller na spenen voeder op te nemen. ‘Zien eten doet eten’ is ook een gezegde dat voor gespeende biggen van toepassing is.

Melkvervanger aanbieden om zo voederopname te stimuleren
Hoewel in de kraamstal vaak reeds snoepvoedertjes aangeboden worden aan de biggen, is de opname hiervan vaak laag en is het teleurstellend hoeveel biggen hier effectief van eten, zeker wanneer op jonge leeftijd wordt gespeend. Onderzoek toont aan dat bij spenen op 21 dagen, slechts 50% van de biggen reeds voeder opnam.
Om de voederopname te bevorderen en ook het aantal etende biggen te verhogen, kan het aanbieden van melkvervangers een stimulans betekenen. Door de sterke gelijkenis met zeugenmelk, worden melkvervangers door de biggen sneller herkend en makkelijker opgenomen dan droogvoer. Eenmaal de biggen gewoon raken aan een alternatieve voedingsbron ter aanvulling van zeugenmelk, zullen ze ook sneller verder op zoek gaan en ander voedsel, zoals het aangeboden droogvoer, en dit uitproberen.
Om een positieve ervaring te creëren van de jonge biggen met melkvervangers, is het melkmanagement van groot belang. Bij voorkeur wordt de melk meerdere keren per dag aangeboden in een propere voederpan. Het meermaals per dag aanbieden van verse porties melk triggert de nieuwsgierigheid van de biggen en promoot de opname. Indien mogelijk wordt de voederpan best aan de kop van de zeug geplaatst, want dan leren biggen ook eten door hun moeder te observeren. In de praktijk ervaren varkenshouders het manueel verstrekken van melkvervangers vaak als een drempel, ook al gelooft men in de voordelen van extra melkgift. Gelukkig bestaan tegenwoordig ook goede automatische systemen met cups voor melkgift, zoals Piglait’s geautomatiseerd Cup Systeem.
Deze systemen voorzien aan biggen in de kraamstal continue toegang tot melkvervanger (dus 24 uur op 24, 7 dagen per week), en dit zonder de manuele arbeid van melk aanmaken. Op vraag, wanneer een big tegen de nippel van de cup duwt, zal een kleine portie van verse melk aangemaakt worden in de mix eenheid van het systeem. Hierbij wordt warm water aan de correcte temperatuur gebruikt en vervolgens wordt de aangemaakte melk onmiddellijk via de leidingen tot aan de cups gevoerd. Dit verzekert een betrouwbare kwaliteit van de melk en een positieve ervaring voor de jonge big. Bij veel andere automatische systemen wordt een grote hoeveelheid melk in één keer aangemaakt, om vervolgens gedurende een hele dag te circuleren doorheen de leidingen. Deze recirculatie veroorzaakt een verhoogd risico op bederf van de melk: bacteriële contaminatie of verzuring, zorgen voor een slechte smaak, slechte kwaliteit en meer verspilling. Hierdoor wordt het consumeren van melkvervanger bovendien een negatieve ervaring voor de biggen, hun opname vermindert of ze krijgen zelfs darmproblemen. Met de altijd vers bereide melk via Piglait’s Cup Systeem is kwaliteit gegarandeerd en zal de melkvervanger een aantrekkelijke aanvulling vormen op zeugenmelk. Bovendien zijn cups ook aantrekkelijk voor de jonge, nieuwsgierige biggen. De beweegbare nippel promoot interactie waarbij verse melk als beloning vrijgegeven wordt. Geautomatiseerde cupsystemen worden hierdoor beschouwd als een optimale manier om dieren te stimuleren om nieuwe voedingsbronnen te verkennen en te leren eten.


Afbeelding 3: Piglait’s mixing unit and automated Cup System
Voordelen van melkvervangers
Voor een goede overgang bij spenen, moeten biggen reeds getraind worden om vast voeder op te nemen in de kraamstal. Als biggen vertrouwd zijn met vast voeder, zullen ze niet enkel sneller na spenen beginnen met vast voer opnemen, ook zal hun maagdarmstelsel reeds beter ontwikkeld zijn om de plantaardige ingrediënten in dit voer goed te verteren. Hierdoor verkleint de problematiek rondom spenen van darmaandoeningen zoals speendiarree.
Jonge biggen toegang geven tot Piglait melkvervangers, voornamelijk via automatische systemen zoals Piglait’s Cup Systeem, bevorderen ook de opname van vast voer in de periode voor spenen. Biggen die melkvervanger kregen zijn beter voorbereid op een vlot speenproces. Door hun hoger speengewicht en betere robuustheid zijn deze biggen bovendien beter bestand tegen de stress die gepaard gaat met het speenmoment.





