• Geplaatst op: september 1, 2023

De positieve effecten van het bijvoeren van biggenmelken in de kraamstal reiken verder dan het speenmoment. Om deze stelling met concrete cijfers te onderbouwen, hebben we een grootschalige praktijkproef opgezet waarin we de groei en rendabiliteit van het Piglait concept nauw opvolgen. De proef wordt uitgevoerd op een gesloten varkensbedrijf in Nederland. We volgen er zo’n 10.000 biggen vanaf de geboorte tot aan de slachthaak. De ene helft van de biggen wordt bijgevoerd met onze Robust Litter melken naast een traditionele droge prestarter en een speenvoer, terwijl de andere helft van de biggen enkel de droge prestarter en het speenvoer krijgen. In dit artikel stellen we u alvast de eerste resultaten voor, maar houd de komende tijd zeker onze kanalen in de gaten voor updates. In de komende maanden posten we regelmatig een update met de laatste nieuwe resultaten.

Proefopzet

De proef werd opgezet in een Nederlands varkensbedrijf met 400 zeugen in een tweewekensysteem. De biggen (TN70 x Tempo) worden gespeend op 3 weken leeftijd. De helft van de kraamhokken zijn uitgerust met een Piglait Cup Systeem, waarin de Piglait melken (Piglait Blue en Piglait Green) worden aangeboden. Alle biggen ontvangen tweemaal daags een droge prestarter vanaf dag 6. Vanaf dag 17 gaan alle biggen over op het speenvoer.

Daarnaast hebben de biggen uit de Piglait-groep vanaf dag 4 na de geboorte de klok rond toegang tot de Piglait Blue via het Piglait Cup Systeem. Vanaf dag 13 tot dag 19 wordt Piglait Green via het cupsysteem gevoerd. De laatste twee dagen voor spenen wordt er geen biggenmelk meer bijgevoerd, maar wordt er enkel water via de cups verstrekt (Tabel 1). Controlebiggen hebben enkel toegang tot water via de drinknippels. Alle biggen worden voorzien van een elektronisch oormerk op dag 4, waardoor we eenvoudig allerlei gegevens kunnen registreren en de biggen kunnen volgen tot aan de slachthaak. Alle biggen worden individueel gewogen op dag 4 en dag 21 en de gewichten worden gelinkt aan het oormerk (Afbeelding 1). Voeropname van droogvoer en biggenmelk worden geregistreerd op groepsniveau.

Afbeelding 1 – Individuele weging van biggen op dag 4. De lichaamsgewichten worden automatisch geregistreerd op het elektronische oormerk.
Tabel 1 – Voerschema. Controlebiggen krijgen enkel droogvoer, terwijl biggen in de Piglait-groep ook Piglait biggenmelken krijgen via het Piglait Cup Systeem.

Eerste resultaten

De totale drogestofopname van de biggen in de Piglait-groep was duidelijk hoger dan die van de controlebiggen. Gemiddeld namen de Piglait-biggen 300 g biggenmelk op via de cups, terwijl hun droogvoeropname gelijk was aan die van de controlebiggen. Dit resulteerde in een speengewicht dat 200 g hoger lag bij de Piglait-biggen (6,3 kg vs 6,1 kg; p < 0,01, Tabel 2). Daarnaast werd er een halve big meer gespeend per zeug in de Piglait-groep dan in de controlegroep (p < 0,01).

Tabel 2 – Overzicht van het aantal biggen en toomgewichten op dag 4 en op spenen. In de Piglait-groep speenden de we meer én zwaardere biggen per zeug. “n.s.” wijst op een niet-significant verschil.
Afbeelding 2 – Een hogere drogestofopname voor spenen via biggenmelken resulteerde in meer biggen, die ook zwaardere én meer uniform waren.

Minder pleegzeugen en zwaardere, meer uniforme biggen

De voordelen van Piglait-melken bijvoeren beperken zich niet enkel tot een hoger speengewicht en meer gespeende biggen per zeug. Door de biggenmelken via een automatisch cupsysteem te voorzien, vermindert de arbeid in de kraamstal aanzienlijk. De varkenshouder is enthousiast over de behaalde resultaten. Hij merkt dat hij minder biggen moet verleggen en minder pleegzeugen moet maken. Daarnaast telde hij duidelijk minder kleine biggen bij het spenen in de Piglait-groep (Figuur 1). Het bijvoeren van biggenmelken is dus interessant in elke kraamstal, zelfs als de zeugen een goed grootbrengend vermogen hebben.

Figuur 1 toont de verdeling van individuele speengewichten op 3 weken leeftijd. In de controlegroep was bijna 20% van de biggen lichter dan 5 kg, ten opzichte van slechts 13% van de biggen in de Piglait-groep. Deze verschuiving van lichte biggen naar hogere gewichtsklasses toont aan dat vooral de kleinste biggen profiteren van het bijvoeren van biggenmelken in de kraamstal. De verbeterde uniformiteit bij spenen, maakt het daarnaast ook eenvoudiger om het voerschema na spenen op de groep af te stemmen.

Figuur 1 – Verdeling van de individuele speengewichten

Figuur 1 – Verdeling van het speengewicht van 3 weken oude biggen (n=4066, voorlopige resultaten). In de Piglait-groep zijn er 7% minder biggen lichter dan 5 kg.

Wat volgt er nog?

Wij zijn alvast erg tevreden met de eerste, beloftevolle resultaten van deze langetermijnproef. In de komende maanden houden we u graag op de hoogte van nieuwe resultaten en van hoe deze speengewichten zich vertalen naar de oudere biggen. Tot snel!

Delen

Lees meer gerelateerde posts